Dit weekend schrijft McLaren een nieuw hoofdstuk in zijn rijke geschiedenis. Het team werkt in Monaco zijn duizendste F1-wedstrijd af. Daarmee wordt de regerende constructeurskampioen pas de tweede renstal in de geschiedenis die de kaap van 1 000 races rondt, na Ferrari.
Foto’s: F1
McLaren werd in 1963 door Bruce McLaren opgericht en maakte in 1966 zijn F1-debuut tijdens de GP van Monaco. Twee jaar later volgde al het eerste succes, met een overwinning van de Nieuw-Zeelander in de GP van België. Jacky Ickx werd toen derde in zijn Ferrari, terwijl Lucien Bianchi als zesde nog een WK-punt scoorde. In 1970 kwam Bruce McLaren om het leven tijdens een testsessie op Goodwood. Daarna nam Teddy Mayer de leiding van het team over.
Eerste titels en innovatie
In 1974 beleefde McLaren zijn definitieve doorbraak met de eerste wereldtitel. Emerson Fittipaldi werd toen wereldkampioen en bezorgde het team ook de constructeurstitel. Na zijn vertrek eind 1975 nam James Hunt het stokje over. Hij leidde McLaren in 1976 naar een nieuwe rijderstitel na een duel met Niki Lauda. Na een minder sterke periode ging McLaren vervolgens in zee met Ron Dennis en Project Four, het F2-team van Dennis. In 1981 introduceerde het team de MP4/1, de eerste F1-wagen met een volledig carbon chassis. De resultaten volgden snel. John Watson won later dat jaar de GP van Groot-Brittannië voor eigen publiek.
Dominantie met Honda

Vanaf 1988 werkte de Britse renstal samen met Honda, een combinatie die meteen een groot succes bleek. Het team won 15 van de 16 races en domineerde het seizoen. Alleen in Monza ging de zege naar Ferrari, een maand na het overlijden van Enzo Ferrari. De titelstrijd draaide vooral rond Ayrton Senna en Alain Prost. Senna werd wereldkampioen in 1988. Een jaar later escaleerde hun rivaliteit in Japan, waar Senna na een crash en het afsnijden van de chicane werd gediskwalificeerd, waardoor Prost de wereldtitel pakte. Prost verhuisde daarna naar Ferrari, terwijl Senna in 1990 en 1991 opnieuw wereldkampioen werd. In totaal veroverde McLaren vier constructeurstitels op rij met Honda.
Mercedes-periode
Met de komst van Mercedes begon voor McLaren opnieuw een succesvolle periode. David Coulthard won in 1997 de seizoensopener en Mika Häkkinen boekte later dat jaar zijn eerste overwinning. In 1998 profiteerde McLaren optimaal van de nieuwe reglementswijzigingen. Häkkinen werd wereldkampioen in 1998 en 1999, terwijl het team in 1998 ook de constructeurstitel veroverde. Daarna moest McLaren echter het onderspit delven tegenover Ferrari. In 2007 streed het team met Fernando Alonso en rookie Lewis Hamilton om de titel, maar raakte het verwikkeld in een spionageschandaal met Ferrari. Een jaar later werd Hamilton alsnog wereldkampioen na een beslissend duel met Felipe Massa.
Terugval en heropbouw

In 2013 zakten de prestaties van McLaren weg. In 2015 volgde een nieuwe samenwerking met Honda, maar die werd geen succes: Fernando Alonso en Jenson Button haalden vaak de finish niet en het team eindigde als negende in het kampioenschap. Ook 2016 en 2017 bleven moeizaam, waarna de samenwerking werd stopgezet. Intussen reed onze landgenoot Stoffel Vandoorne voor de renstal, maar hij moest in 2019 voor Lando Norris plaatsmaken. McLaren schakelde over op Renault-motoren en zette het herstel geleidelijk in. In 2019 bezorgde Carlos Sainz het team een eerste podium sinds 2014 en het team eindigde dat seizoen als vierde. In de jaren daarna bevestigde het team die opmars en werd het opnieuw een vaste waarde in de subtop. Met de nieuwe reglementen in 2022 volgde een overgangsjaar, maar in 2023 kwam de doorbraak met meerdere podiumplaatsen. In 2024 werd de wederopstanding beloond met de eerste constructeurstitel in 26 jaar, en een seizoen later werd dat succes verdergezet met de wereldtitel van Lando Norris.


