Dit weekend verschijnen de F1-teams in Australië niet alleen met een nieuw aerodynamisch pakket, maar ook met een volledig vernieuwde motor. De nieuwe motorreglementen zorgden de afgelopen weken voor flink wat discussie in de paddock.
Foto: F1
De F1 blijft trouw aan de 1,6-liter V6-turbomotor, maar het hybridesysteem ondergaat dit seizoen een ingrijpende vernieuwing. De complexe MGU-H is verleden tijd, waardoor de motor eenvoudiger, goedkoper en aantrekkelijker is voor nieuwe fabrikanten zoals Audi en General Motors. De MGU-K krijgt daarentegen een prominentere rol. Het elektrische vermogen is bijna verdubbeld, waardoor ongeveer de helft van het totale vermogen voortaan elektrisch wordt geleverd. Daarnaast rijden de teams vanaf dit seizoen volledig op duurzame brandstof. Verder zijn ook binnen de verbrandingsmotor aanpassingen doorgevoerd. Zo is de maximale compressieverhouding van 18:1 naar 16:1 verlaagd.
Controverse rond de compressieverhouding
In de aanloop naar het nieuwe seizoen ontstond discussie over de manier waarop de compressieverhouding wordt gecontroleerd. Momenteel gebeurt dat statisch bij normale omgevingstemperatuur. In de paddock werd gefluisterd dat Mercedes een motor ontwikkelde die precies binnen de voorgeschreven 16:1-limiet valt tijdens deze test, maar die onder raceomstandigheden een hogere compressieverhouding kan bereiken door de uitzetting van onderdelen bij warmte. Een hogere compressieverhouding betekent een efficiëntere verbranding en dus meer vermogen. De meting gebeurt dus alleen bij omgevingstemperatuur, waardoor de werking van de verbrandingskamer onder normale bedrijfstemperaturen buiten beschouwing blijft.
De FIA grijpt in
Om deze maas in de regels te dichten, heeft de FIA de voorschriften aangescherpt. Vanaf 1 juni wordt de compressieverhouding zowel bij koude als bij hoge temperaturen gecontroleerd. Vanaf volgend seizoen geldt alleen nog de meting bij een werktemperatuur van 130 graden.


