BMW is tot dusver in 2026 de enige LMDh-constructeur die een race wist te winnen in het FIA WEC. De overige zeges gingen naar Toyota en Ferrari, beide met een LMH-wagen. Toeval of niet? Robin Frijns, die met BMW M Team WRT een sterk seizoen achter de rug heeft, is opvallend duidelijk over het verschil tussen beide technische concepten. Maar de Nederlander heeft het ook over de enorme progressie van het Belgische team, de details die het verschil maken en die ene gemiste kans in Le Mans. Autosportwereld sprak met Frijns aan de vooravond van de seizoensfinale in Monza.
“Ik ga inderdaad tot op zekere hoogte akkoord met het feit dat wij een goed seizoen achter de rug hebben”, aldus BMW-rijder Robin Frijns.
Met name in Le Mans bleef Frijns met zijn teamgenoten René Rast en Sheldon van der Linde tot aan de finish in de strijd voor de zege, om uiteindelijk op amper tien seconden van de winnende Toyota te stranden. Toyota, dat met een gloednieuwe auto aan 2026 begon, was echter bijzonder sterk in Le Mans en gedurende het hele seizoen. De Japanse constructeur is dan ook al zeker van de wereldtitel.
“Verrast ben ik niet door die prestatie. Je weet dat Toyota met een nieuwe auto een stap zal zetten, net als Ferrari volgend seizoen met hun nieuwe wagen. Toyota heeft een auto die in alle omstandigheden goed is en je moet altijd met hen rekening houden. Dat bleek dit seizoen nog maar eens. Wij deden dit jaar met de evolutie van onze wagen overigens hetzelfde. Ook wij hebben een stevige stap gezet en leerden vervolgens wat de sterke en minder sterke punten van onze wagen zijn.”
Niet alleen snelheid maakt het verschil
Frijns benadrukt dat pure snelheid niet de enige factor is die het resultaat van een race bepaalt. De organisatie en de werking van een team zijn minstens even belangrijk.

“Je moet niet altijd de snelste wagen over één ronde hebben om te presteren. De organisatie van je team is bijvoorbeeld erg belangrijk, net als de communicatie, en dat is precies waar wij enorme progressie hebben gemaakt. We hebben ook beter leren reageren in moeilijke omstandigheden, terwijl het team bovendien weinig tot geen fouten maakt bij pitstops of in de strategie. Op die manier kan je sterk scoren, ook als je misschien niet de snelste bent. Kijk maar naar onze zusterwagen (de #15 van onder meer Dries Vanthoor, nvdr) in Fuji. We misten daar snelheid, maar het team deed het strategisch bijzonder sterk en onze teamgenoten werden knap derde.”
Le Mans: een perfecte race, maar geen zege
De tweede plaats in Le Mans was zonder meer een topprestatie, en dat beseft Frijns zelf ook. Toch blijft er bij de Nederlander een dubbel gevoel hangen.
“Kijk, Le Mans was voor ons de perfecte race, werkelijk een wedstrijd waarin niemand steken liet vallen. Ik had zelf nog een klein moment op het einde van de race, waarbij ik misschien door een foutje niet voorbij de Toyota van Buemi raakte. Maar of dat de uitslag echt had veranderd, weet ik niet. Ik denk het eigenlijk niet. Uiteraard ben ik blij met zo’n sterke prestatie van het hele team, maar ik word niet graag tweede in de grootste race van de wereld.”
Progressie zit in de details
BMW komt in 2027 niet met een volledig nieuwe auto, maar volgens Frijns is er nog voldoende ruimte voor verdere progressie. Daarbij gaat het niet noodzakelijk om grote technische ingrepen, maar vooral om het verfijnen van details.
“Geen enkele race is ooit perfect, dus er is altijd ruimte om te verbeteren. Het gaat om een hele reeks details, zaken die je van buitenaf natuurlijk niet ziet. We werken daar continu aan met het hele team, goed zestig à zeventig mensen. Dat is een leerproces zonder einde. Denk maar aan onze lekke band in Fuji, iets wat ons kostbare punten in de titelstrijd heeft gekost. Het is dat geheel van kleine stappen vooruit dat we moeten blijven zetten.”
LMH of LMDh: een fundamenteel verschil?
De opvallendste uitspraak van Frijns bewaren we voor het einde van het gesprek. Want hoewel de reglementen beide technische concepten via de Balance of Performance op een vergelijkbaar prestatieniveau moeten brengen, blijft de erelijst duidelijk in het voordeel van de LMH-constructeurs. Hoe kijkt Frijns daar zelf tegenaan?
“Kijk, als ik een ongelimiteerd budget krijg, dan bouw ik een LMH. Maar binnen budgettaire grenzen opteer ik misschien voor een LMDh, zoals de BMW. Bovendien is het kampioenschap zo opgevat dat iedereen kan winnen en dat de rijders ook een bijzondere rol spelen. Maar als je terugkijkt op de laatste seizoenen, is Porsche, met de rijderstitel in 2024, wel de enige LMDh-constructeur die een wereldtitel heeft gewonnen. Ook in Le Mans blijven de LMH-wagens van Toyota en Ferrari ongeslagen, al hadden wij zonder de safetycar op zondagochtend die reeks dit seizoen misschien wel kunnen doorbreken.”


