Van de wielersport naar de racerij: wanneer wielerkampioenen voor de autosport kiezen

Het autosportseizoen is volop aan de gang, terwijl ook andere sporten hun jaarlijkse hoogtepunten beleven. Uiteraard is er het WK voetbal en beleeft de wielersport met de Tour de France opnieuw (warme) hoogdagen. Opvallend is dat heel wat toppers uit die sport na hun actieve carrière voor de autosport kiezen. In ons land is Tom Boonen het bekendste voorbeeld, maar ook Jurgen Van den Broeck, derde in de Tour de France van 2010, waagde de overstap. Ook in het buitenland maakten heel wat grote namen de keuze voor de vier wielen. Vandaag start de Tour overigens op het circuit van Magny-Cours, waar onder meer achttien F1 Grand Prix werden verreden.

Als we over de landsgrenzen kijken, springt vooral de naam van Chris Hoy in het oog. De bijzonder succesvolle Britse baanwielrenner stapte na onder meer zes olympische gouden medailles over naar de autosport, met als hoogtepunt zijn deelname aan de 24 Uur van Le Mans in 2016. Samen met Andrea Pizzitola en Michael Munemann stuurde hij een Ligier van Algarve Pro Racing naar de twaalfde plaats in de LMP2-klasse. Eerder had Hoy al een podiumplaats behaald in de British GT en een podium in de LMP3-klasse van de European Le Mans Series.

Een minder bekend, maar daarom niet minder indrukwekkend voorbeeld is Klaus-Peter Thaler“, liet onze collega René De Boer ons weten. De Duitser won drie Touretappes en werd tweemaal wereldkampioen veldrijden bij de profs, nadat hij eerder ook al twee wereldtitels bij de amateurs had behaald. Nadien bouwde hij een succesvolle autosportcarrière uit. Hij verscheen in 1989 tweemaal aan de start van een DTM-race en groeide vervolgens uit tot een vaste waarde in de langeafstandsracerij op de Nürburgring-Nordschleife. Met Opel behaalde hij talrijke overwinningen en in 2001 kroonde hij zich tot kampioen van de VLN Endurance Series.

Ook de Ier Stephen Roche, winnaar van de Tour de France, de Giro d’Italia en de wereldtitel in 1987, maakte de overstap naar de rallysport. Roche bleef bijna tien jaar actief en verscheen zelfs aan de start van de Rally van Ieper en de Rally van de Condroz.

Die liefde voor de rallysport ontdekte ook Tom Boonen, ex-wereldkampioen en winnaar van zeven monumenten, met drie zeges in de Ronde van Vlaanderen en vier in Parijs-Roubaix. Boonen koos aanvankelijk voor de circuitracerij, onder meer met de Norma-prototypes van Deldiche Racing in het Belcar Endurance Championship en de Supercar Challenge. In 2023 raakte hij na een deelname aan de Legend Boucles met een Porsche 911 van BMA echter helemaal in de ban van de rallysport. Recent vertelde hij in Vive le Vélo dat de rallysport door haar bereikbaarheid dicht bij de wielersport staat en dat een rally veel intenser is dan een raceweekend op circuit. Momenteel is Boonen actief in het Belgisch kampioenschap Historic Rally.

Boonen is overigens niet de enige topper die de autosport ontdekte. Jurgen van den Broeck reed meermaals de 24 Uur van Zolder en is dus een voormalige nummer drie uit de Tour de France. Mathieu van der Poel is ongetwijfeld de volgende wielrenner die ooit aan een race zal deelnemen. Recent reden Francesco en Junior Planckaert overigens samen de e-Rallye Ardenne Roads als ambassadeurs van Volkswagen.

Nog een bekende naam uit het peloton is Richard Virenque. De Fransman werd achtmaal bergkoning in de Tour de France en won ook zeven Touretappes. In 2005 verscheen hij met een Dodge Viper aan de start van de 24 Uur van Spa. Hij eindigde als tweede in de G2-klasse en als twaalfde in het algemene klassement.

Een ander, en tegelijk tragisch, voorbeeld is dat van Franco Ballerini. De Italiaan won tweemaal Parijs-Roubaix en was later ook de succesvolle bondscoach van de Italiaanse nationale ploeg. Naast het wielrennen was Ballerini een gepassioneerd rallyrijder en nam hij regelmatig deel aan nationale wedstrijden in eigen land. Op 7 februari 2010 kwam hij echter om het leven na een zwaar ongeval tijdens de Rally Ronde di Larciano in Toscane. Zijn overlijden zorgde zowel in de wieler- als de autosportwereld voor een grote schok en onderstreepte nogmaals hoe groot zijn passie voor de autosport was.

Omgekeerd bestaat die fascinatie ook. Zo heeft Fernando Alonso tweemaal geprobeerd een professioneel wielerteam op de been te brengen. Eerst trachtte de tweevoudige Formule 1-wereldkampioen de licentie van Euskaltel-Euskadi over te nemen en later werkte hij aan de oprichting van een volledig nieuw team, al kwamen beide projecten uiteindelijk niet van de grond.

De band tussen beide sporten is overigens groter dan vaak wordt gedacht. Wielrenners als Stephen Roche, Tom Boonen, Richard Virenque, Franco Ballerini en Jurgen Van den Broeck vonden na hun carrière een nieuwe uitdaging in de autosport, terwijl ook renners als Laurent Jalabert, Francesco Moser en Mario Cipollini regelmatig achter het stuur van een race- of rallywagen plaatsnamen. Omgekeerd koesteren tal van autosporters een grote liefde voor de wielersport, zoals Laurens Vanthoor of Stoffel Vandoorne. Het illustreert hoe beide disciplines, ondanks hun verschillen, dezelfde eigenschappen vereisen: uithouding, techniek, precisie en vooral een onvoorwaardelijke passie voor snelheid.