Zeven Belgische rallytitels, één Europese titel en de enige Belg ooit om zowel Belgisch- als Europees kampioen te worden, laat staan in hetzelfde jaar. Uiteraard hebben we het over de levende legende Patrick Snijers. ‘De Lange’ uit Alken is één van de grootste rallyrijders uit de Belgische geschiedenis en bezit het record voor het meeste aantal overwinningen in het Europees kampioenschap. Snijers was in de jaren tachtig en negentig smaakmaker in België en Europa met zijn snelle rijstijl, goed voor titels in 1983, 1984, 1985, 1988, 1991, 1993 en 1994. Zijn gloriejaren mogen dan voorbij zijn, ook vandaag is Patrick Snijers nog steeds publieksliefhebber als pionier binnen het Porsche-gebeuren. Autosportwereld sprak met hem en geeft u een exclusieve inkijk in de visie van Patrick Snijers op de rallysport.
(Tekst: Jan Soenens en foto’s: Lorenz Deschuyttere en archief Bastos Racing Team)
Patrick, hoe kijk je naar de evolutie die de rallysport tijdens jouw carrière heeft doorgemaakt? Wat is de grootste verandering?
“Eerst en vooral zijn de auto’s sneller geworden, wat logisch is. De wagens zijn vooral betrouwbaarder geworden. Vroeger had 25 of meer procent van de deelnemers mechanische pech tijdens de wedstrijd. Tegenwoordig komt mechanische pech niet zo veel meer voor, zolang ze niet van de baan gaan tenminste. Alles is eigenlijk verbeterd aan de wagens, zowel de motoren, als de ophanging en vooral de veiligheid. Het publiek gedraagt zich vandaag ook veel beter. Vroeger stonden supporters tot op de straat, terwijl ze nu minstens tien meter naar achter staan. Tot daar de goede evoluties (lacht).”
“De wedstrijden zijn nu een stuk korter geworden. Vroeger duurden wedstrijden twee dagen of langer. Dat komt volgens mij door kostenbeperking en toelatingen. We moeten er rekening mee houden dat we op de openbare weg rijden en er nu gewoonweg meer huizen staan.
De grootste evolutie is volgens mij de veiligheid voor de rijders zelf. In het begin van mijn carrière zat er gewoon een rolkooi achter de zetels, zodat het dak boven je hoofd niet zou inklappen. Er was geen bescherming aan de deuren of aan de voorkant. Nu mag je tien keer overkop gaan en kan je ongehavend uit de wagen stappen. Een mindere evolutie vind ik dan weer het geluid van de wagens. Een rallywagen moet geluid maken. Punt. Dat is één van de onderdelen van het spektakel. Wagens gaan nu te snel voor het geluid dat ze slechts maken. De Rally2’s zijn supersnel, maar leveren niet genoeg spektakel. Waarom blijven supporters altijd kijken tot er een Porsche passeert? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Die schuift meer en maakt meer lawaai. Ik vind dat trouwens ook een onderdeel van de veiligheid. Tegenwoordig hoor je de topwagens niet meer goed aankomen.”
De technologie van de wagens is vandaag bijna even belangrijk als de rijder. Neemt dat de charme van het rallyrijden weg?
“Ik vond het vroeger eigenlijk plezanter. De Historic-wagens krijgen nog steeds heel veel aandacht. Het publiek wacht ook op de Historics om ze te zien passeren. Dat wil zeggen dat het vroeger leuker was om naar te kijken. Dat is het bewijs zwart op wit. De mensen kijken nu eenmaal graag naar spektakel.
Vroeger moest je veel meer werken in een wagen om snel te zijn. De rijder maakt nog steeds het verschil, maar de verschillen zijn vandaag erg klein geworden. De auto’s waren vroeger moeilijker te besturen, waardoor de rijder met het meeste talent nog tijd kon goed maken als hij bijvoorbeeld een lekke band had gehad. De rijder was vroeger belangrijker dan nu, voilà.”
Zou uw carrière er anders uit hebben gezien als u met de huidige generatie wagens had gereden?
“Misschien wel, maar het gaat nog altijd om snelheid, hoe laat je remt en hoe je bochten inschat. Ik denk dat ik vooraan even goed zou gereden hebben. Ik zie er weinig verschil in, maar het zou niet zo duidelijk geweest zijn dat ik er met kop en schouders bovenuit stak. Er was een tijd in de Bastos-periode waar ik enkel kon verliezen. Ik stond enkel aan de start om te winnen. Als ik eens tweede of derde werd, schreven journalisten meer over mij dan als ik won. Met deze generatie wagens, waar ik ook nog mee gereden heb trouwens, zou ik evengoed vooraan rijden, mits wat aanpassing. Een goede rijder blijft een goede rijder, met eender welke wagen.”
Hoe ziet u de toekomst van de rallysport, voornamelijk in België? Zijn er binnen tien jaar nog wedstrijden?
“Tuurlijk, waarom niet? Er zullen misschien wat minder rally’s zijn door toelatingen van de gemeente enzovoort. Ik hoor elk jaar dat er minder wedstrijden zullen zijn, maar dit jaar telt het BRC weeral meer wedstrijden dan het jaar ervoor. In VAS en ASAF zijn er quasi elke week nog rally’s. Ze zullen misschien op een andere manier georganiseerd worden, maar rallywedstrijden zullen altijd blijven bestaan.”
Is het moeilijker om als jongere toe te treden tot de sport in vergelijking met vroeger? Of krijgen jongeren net meer kansen?
“Ik denk wel dat het nu moeilijker is. Er zijn verschillende mogelijkheden de dag van vandaag. Je kan met zo’n Rally6-wagen rijden, quasi een standaardauto met een veiligheidskooi in. Dat is een goede manier om relatief goedkoop te starten. Je kan premies krijgen en banden verdienen in het kampioenschap. Als je daar wat verstandig mee rijdt en je wat talent hebt, dan kom je er wel. Vroeger was het ook moeilijk hé. Er waren toen veel rijders die thuis in hun garage een auto in elkaar staken, maar dat stelde niet veel voor. De opstapklassen van tegenwoordig vind ik wel goed.”

U hebt in drie generaties gereden: Groep B en Groep A, WRC en de huidige periode. Welke tijd was het beste in het algemeen?
“De jaren negentig waren fantastisch met de Cosworth, de Subaru enzovoort. Er werd toen hard gestreden. De Mévius had dan nog zijn Nissan Sunny Gr. A en er waren ook de Celica’s en Lancia. Dat waren mooie wagens, maar toen veranderden de reglementen. Nu veranderen de reglementen in het WRC ook weer, met nieuwe auto’s die eraan zitten te komen.”
De reglementswijziging van 2027, is dat een goede zaak voor het wereldkampioenschap?
“Ik ken de prestaties nog niet van de nieuwe wagens, maar in principe zouden ze iets beter moeten zijn dat de Rally2, alhoewel ik denk dat ze eigenlijk hetzelfde niveau zullen halen. Dat is echt goed, want dan zijn er veel meer kandidaten voor de overwinning. Het is niet erg dat er minder snel gereden zal worden, maar er moet spektakel zijn. Als je nu de motoren nog zal beperken, met vierwielaandrijving en een goede ophanging erbij, dan gaat het publiek niets meer zien en zullen alle wagens rijden als een treintje. Dat is niet wat de mensen willen zien. Zoals ik daarnet zei, blijven de mensen kijken naar een Porsche of de Historic-wagens.”
Over enkele dagen leest u het vervolg van dit interview. In het tweede deel focussen we op Patrick’s persoonlijke verhalen en zijn carrière an sich.






