Formula E – Interview Tommaso Volpe (Nissan): “F1 kijkt plots naar ons voor energiemanagement”

De komst van de nieuwe en krachtigere Gen4-wagens zet de Formula E voor een nieuwe fase. Volgens Nissan-teambaas Tommaso Volpe, die Autosportwereld sprak in Jarama, zal dat niet alleen de circuits veranderen, maar ook de positie van de elektrische discipline binnen de autosport. Opvallend: terwijl de Formula E evolueert, kijkt ook de Formule 1 steeds nadrukkelijker naar het energiemanagement waarin de elektrische klasse al jaren uitblinkt.

Foto’s: Nissan en Formula E

Autosportwereld sprak in Jarama met Tommaso Volpe, teamverantwoordelijke van het NISMO-team in Formula E, over de verhouding met de F1 en de veranderende omgeving voor de Formula E nu de nieuwe en krachtigere GEN4-wagens eraan komen.

Kijken jullie naar de evolutie in de F1, met het toenemende energiemanagement?

Energiemanagement wordt in de F1 een belangrijk gespreksonderwerp na de reglementswijziging van dit seizoen. Dat was voordien niet het geval. We merken dat op een opvallende manier, want F1-teams beginnen plots interesse te tonen in mensen uit deze paddock, die veel ervaring hebben met energiemanagement. Dat voelen alle teams in deze competitie. We weten dat dit speelt. Of dit de juiste richting is voor de F1, daar moet ik niet over oordelen.

Voor ons als constructeur, Nissan, is energiemanagement een cruciaal element, omdat het ons de mogelijkheid biedt om een kruisbestuiving te creëren tussen de competitie en onze corebusiness: wagens voor dagelijks gebruik. Dat is iets wat ik ook in de F1 zie gebeuren: constructeurs zullen steeds meer inzien dat wat ze in de competitie leren, nuttig is voor productiewagens.”

Moet de FIA ervoor zorgen dat beide kampioenschappen hun eigenheid bewaren?

Ik denk niet dat beide wereldkampioenschappen zullen overlappen. F1 zal de komende tien à twintig jaar voor mij een serie blijven waarin deels verbrandingsmotoren gebruikt worden. Zij bewandelen een hybride piste, wij kozen voor een volledig elektrische benadering. Dat is en blijft een fundamenteel verschil tussen beide autosporttakken.

Bovendien ontwikkelen zij de volledige wagen zelf, wat helemaal anders is in de Formula E. Wij werken aan de powertrain en de software, maar rijden allemaal met hetzelfde chassis. Het verloop van de raceweekends is ook anders, waardoor heel wat elementen grondig verschillen. De FIA zal erover waken dat beide kampioenschappen hun DNA behouden. Ik denk dan ook niet dat er een competitie is tussen de F1 en de FE.

Maar dat is ook niet erg, want een echte autosportliefhebber kan F1, FE en MotoGP waarderen, net als nog heel wat andere competities. Verscheidenheid is een goede zaak.”

Dit is de eerste keer op een klassieke omloop, zullen we dit vaker zien in de toekomst?

“Ja, dat denk ik wel. We gaan met veel krachtigere wagens rijden, de Gen4. Sommige van de huidige stratencircuits zullen niet meer aangepast zijn aan die snelheden. De oplossing zal inderdaad zijn dat we vaker op permanente circuits gaan rijden.

Natuurlijk zullen we de stratencircuits in de steden niet helemaal opgeven, want dat is een essentieel onderdeel van de competitie. Bovendien situeert elektrisch rijden zich vooral in stedelijke context. Maar het zullen andere omlopen worden. Londen, Rome… dat soort circuits zal moeilijk worden.”