In een eerste stuk over de band tussen de wielersport en de autosport gingen we dieper in op professionele wielrenners die, vaak na hun carrière, de overstap naar de autosport maakten, met meer of minder succes. Ook racecircuits zijn geliefde plaatsen voor wielrenners, niet alleen om te trainen, maar ook als uitvalsbasis voor kampioenschappen of als finishplaats van ritten in grote ronden. Zowel Circuit Zolder als Spa-Francorchamps kregen al meermaals de wielersport over de vloer, maar ook in het buitenland is die samenwerking allesbehalve uitzonderlijk.
Foto: ASO – Thomas Maheux
In eigen land denkt iedereen bij wielrennen en circuits aan Circuit Zolder. Naast de wielerpiste naast het circuit en het populaire avondfietsen is er echter veel meer. In de winter is Circuit Zolder op regelmatige basis het decor voor veldritten: vroeger voor de Wereldbeker veldrijden en tegenwoordig voor de Superprestige. Ook dit seizoen kunnen de liefhebbers op 25 december weer naar Zolder afzakken voor een strijd in het zand.
In 1969 en 2002 was Circuit Zolder gastheer van het WK wielrennen, met in 1969 een zege voor de Nederlander Harm Ottenbros en in 2002 voor de flamboyante Italiaan Mario Cipollini. Die laatste staat overigens nog altijd bekend als een liefhebber van snelle wagens. In 1981 was het circuit ook de aankomstplaats van de twaalfde etappe (12b) van de Tour de France. Eddy Planckaert won op 8 juli de massasprint, voor Freddy Maertens.
Diezelfde Grand Boucle deed in 1989 en 2017 ook Spa-Francorchamps aan. In 1989 won de Mexicaan Raúl Alcalá een sprint na de afdaling van de Raidillon. In 2017 liep het parcours opnieuw over het iconische Ardense circuit.
De Nürburgring neemt eveneens een bijzondere plaats in de geschiedenis van het wereldkampioenschap wielrennen in. Het iconische Duitse circuit was al drie keer gastheer van het WK voor professionals. In 1927 kroonde de Italiaan Alfredo Binda zich er tot de allereerste wereldkampioen bij de profs en schreef hij meteen geschiedenis. Bij de volgende passages won de Nederlander Evert Dolman in 1966, terwijl Gerrie Knetemann in 1978 op de Nürburgring een legendarische sprint tegen Francesco Moser in zijn voordeel besliste.
Andere circuits waar het wielrennen een mooie rol speelde:
• Imola (Italië): de Autodromo Enzo e Dino Ferrari ademt autosport, maar zag in 1968 Vittorio Adorni en in 2020 Julian Alaphilippe naar de wereldtitel rijden op het heilige Formule 1-asfalt. In 2024 passeerde ook de Tour de France er.
• Montjuïc (Spanje): dit legendarische voormalige stratencircuit in Barcelona daagde de renners in 1973 uit voor een loodzwaar WK, waar Felice Gimondi Eddy Merckx in de sprint klopte.
• Le Mans (Frankrijk): het legendarische circuit van de 24 Uur van Le Mans ontving de Tour de France-karavaan al in 1952 (zege voor Rik Van Steenbergen) en in 1967, waarbij sprinters en hardrijders over de Bugatti-lus raasden.
• Nogaro (Frankrijk): het Circuit Paul Armagnac was in 2023 het toneel van een bloedsnelle en chaotische massasprint in de Tour de France, gewonnen door Jasper Philipsen.
• Fuji Speedway (Japan): geen WK of Tour, maar wel olympisch goud. In 2021 lag de finish van de loodzware wegritten van de Olympische Spelen van Tokio op dit voormalige Formule 1-circuit, waar Anna Kiesenhofer en Richard Carapaz geschiedenis schreven.
• Monaco: in 2009 startte de Tour de France in het prinsdom met een individuele tijdrit, gewonnen door Fabian Cancellara. In 2024 vertrok ook de slotrit, opnieuw een tijdrit, vanuit Monaco, met Tadej Pogačar als winnaar.
• Magny-Cours (Frankrijk): naast de start van een Touretappe eerder deze week heeft het voormalige Formule 1-circuit ook een mooie wielergeschiedenis. Nevers onderhoudt al decennialang een bijzondere band met de snelle mannen uit het peloton. De eerste drie Touraankomsten in de stad eindigden telkens op een massasprint, met zeges voor de Belg Éric Leman in 1971 en de Italianen Guido Bontempi in 1986 en Alessandro Petacchi in 2003. In 2026 voegde de Noor Søren Wærenskjold zijn naam aan dat lijstje toe. Ook in Parijs-Nice waren Belgische en Italiaanse sprinters bijzonder succesvol in de hoofdstad van het departement Nièvre. Walter Godefroot, Étienne De Wilde, Tom Steels en Gert Steegmans wonnen er voor België, terwijl Mario Cipollini in 1992 en 1993 en Fabio Baldato in 1994 voor Italiaanse successen zorgden. Daarnaast zegevierde ook de Est Jaan Kirsipuu er in Parijs-Nice, terwijl de Oost-Duitser Olaf Ludwig in 1983 een rit in de Tour de l’Avenir won.
Uiteraard is de lijst niet volledig, maar het schetst hoe dicht beide sporten soms bij elkaar liggen.


