Vijfentwintig jaar geleden verscheen Prodrive voor het eerst aan de start van de 24 Uur van Le Mans. Sindsdien kende het Britse bedrijf successen met Ferrari, Aston Martin en vandaag opnieuw met Aston Martin, terwijl het ondertussen uitgroeide tot een van de meest gerespecteerde namen in de internationale autosport. Tijdens de 94ste editie van de 24 Uur van Le Mans sprak Autosportwereld met Prodrive-oprichter David Richards over een kwarteeuw Le Mans, de evolutie van de race en de mooiste én moeilijkste momenten.
Foto:’s Prodrive
Vijfentwintig jaar Prodrive in Le Mans, dat is een mijlpaal?
“Je moet weten dat het allemaal begon met de aankoop van een Ferrari aan Fulham Road in Londen en dat we vandaag, vijfentwintig jaar later, hier nog altijd staan. Wie had dat toen kunnen geloven? En ondertussen staan we in LMGT3 zelfs op de polepositie voor deze editie.
Le Mans is in die vijfentwintig jaar enorm veranderd. De race had altijd al een mythische status, zeker voor Britse autosportliefhebbers, maar vandaag is het nog moeilijker geworden om deel te nemen. De vraag naar startplaatsen is enorm. Het professionalisme van de teams is sterk toegenomen. Destijds bouwden we in vier maanden tijd een standaard productiewagen om tot een racewagen en trokken we ermee naar Le Mans. Vandaag duurt de ontwikkeling van een GT3-wagen ongeveer twee jaar.
Ook de publieke belangstelling is enorm gegroeid. De bekendheid van het evenement is gigantisch toegenomen en dat is zonder twijfel te danken aan het werk van de ACO. Zij hebben ervoor gezorgd dat Le Mans met zijn tijd is meegegaan. Zelfs voor de fans en gasten is de totale beleving sterk veranderd. Wat de Formule 1 de voorbije jaren heeft meegemaakt, zie je vandaag ook in Le Mans.”
De race zelf is in enkele jaren tijd geëvolueerd naar een lange sprintrace?
“Inderdaad, het is een sprintrace van 24 uur geworden. Iedereen rijdt van start tot finish op de limiet. Dat zie je overigens ook in het WRC en zelfs in de Dakar Rally.
Anderzijds blijft Le Mans een onvoorspelbare wedstrijd en dat maakt autosport, en sport in het algemeen, zo mooi. De aantrekkingskracht van sport ligt in die onzekerheid. Niemand weet vandaag wie deze editie zal winnen. Voor mij is dat de essentie van topsport en het resultaat van goede reglementen.”
Wat was jouw favoriete wagen uit die vijfentwintig jaar?
“Zonder enige twijfel de Aston Martin DBR9 GT1. Alleen al vanwege het geluid van die wagen. Geluid is iets emotioneels. Naast snelheid is het een van de elementen die fans het meest aanspreken.
Dat verklaart ook deels waarom onze Subaru’s in het WRC zo populair waren en waarom de Aston Martin Valkyrie vandaag zoveel indruk maakt, zeker tijdens de nacht. Die V12 zorgt voor een unieke beleving.
Wat ik ook bijzonder vond aan het tijdperk van de DBR9 GT1 was de verstandhouding tussen de concurrenten. In Le Mans strijd je niet alleen tegen elkaar, maar ook tegen het circuit en tegen de klok. Iedereen maakt dezelfde uitdaging mee en daardoor ontstaat er vaak een bijzondere band, zelfs tussen rivalen.”
Vijfentwintig jaar Le Mans betekent ook hoogtepunten en dieptepunten?
“Als er één moment is dat ik uit mijn geheugen zou willen wissen, dan is het zonder twijfel het overlijden van Allan Simonsen. Dat is iets wat me altijd zal bijblijven. Elke keer wanneer ik naar Le Mans terugkeer, denk ik eraan.
Aan de andere kant van het spectrum staat 2017, het jaar waarin we Corvette in de laatste ronde versloegen. Dat was een ongelooflijk moment. Zo’n ontknoping vergeet je nooit meer.”
In een tweede deel van het gesprek blikt David Richards terug op zijn rijke carrière in de rallysport, met onder meer zijn successen met Subaru, de evolutie van het WRC en zijn visie op de toekomst van de discipline.








