Dit weekend verloren we Alex Zanardi. Hij was een voormalig F1-rijder, CART-kampioen, wereldkampioen bij de toerwagens en paralympisch atleet. Naast dit alles zal Zanardi vooral herinnerd worden als een begeesterd man, absoluut voorbeeld voor velen, een vechter die nooit opgaf en alle tegenslagen wist om te zetten in mogelijkheden.
(foto: wikimedia, ©Brunhild Media onder CC BY-SA)
Alessandro Leone Zanardi werd op 23 oktober 1961 geboren in het Italiaanse Bologna. In de autosportwereld was hij eerder een laatbloeier. Pas op zijn dertiende begon hij met karten, in een machine trouwens die hij bouwde van de materiaaloverschotten die zijn vader, een loodgieter, nog had liggen. Later domineerde hij het CIK-FIA Europese kartkampioenschap in 1987 met vijf zeges in alle vijf de races. Daarna schakelde hij kort over naar de Italiaanse Formule 3. Slechts twee poles en drie podia kon hij scoorde hij in de periode 1989-1990. Daarna ging het in 1991 prompt naar de Formule 3000, indertijd de wachtkamer voor de Formule 1, met het debuterende team “Il Barone Rampante”. Zanardi wist zijn eerste race te winnen, scoorde nog twee zeges en werd vicekampioen!
Het opende de deuren naar de Formule 1. Zijn debuutjaren waren bewogen. Hij testte voor Footwork, verving Roberto Moreno bij Jordan voor de resterende drie races in 1991, reed F3000 en Porsche-competities en deed in 1992 gastoptredens bij Minardi. Hij tekende voor 1993 bij het zieltogende Lotus team. Lotus legde de boeken neer in 1994 en het seizoen eindigde voor de Italiaan vroegtijdig door blessures na een crash in de trainingen voor de Belgische Grand Prix. Zanardi zat in de F1, maar kon na drie bewogen jaren slechts terugkijken op één schamel punt. Zonder contract voor 1995 keerde hij zich naar sportwagenraces.
Het Amerikaanse succes
Ook in 1995 besloot Zanardi het geweer van schouder te veranderen. Via zijn connectie met constructeur Reynard kon hij een contract tekenen met Chip Ganassi Racing, voor het CART (zeg maar Indycar) kampioenschap in 1996. In zijn debuutseizoen in Amerika won hij liefst drie wedstrijden, waaronder de afsluitende race in Laguna Seca met een legendarische inhaalactie in de befaamde “corkscrew”. Zanardi werd al snel een van de meest geliefde rijders in de serie. Zanardi verbeterde zijn vorm verder in 1997 en haalde de titel met vijf zeges. Hij was nog dominanter in 1998 met zeven zeges en een tweede opeenvolgende CART titel. Het was in deze periode dat Zanardi de bijnaam kreeg van “Donut King”. Hij maakte er een gewoonte van om zijn zeges te vieren met het rondspinnen van zijn bolide en zo “donuts” op het asfalt te maken. Een gewoonte die sinds door velen is overgenomen.
Terugkeer naar de F1
Het bracht hem opnieuw in de aandacht van de F1 teams. In 1998 tekende hij voor het Williams F1 team. Het seizoen werd echter een opeenvolging van incidenten, ongevallen en pech. Aan het einde van het jaar stonden er opnieuw nul punten op het rekest. Williams en Zanardi besloten de (in principe driejarige) overeenkomst te beëindigen. Daarna werd het duidelijk dat Zanardi opnieuw richting de States zou gaan. Hij tekende voor Mo Nunn Racing voor het seizoen 2001.
Het drama
Het werd echter een eerder mager seizoen. Toen het Amerikaanse CART circus op 15 september 2001 aanlandde op de Eurospeedway in Lausitz (Duitsland), voor wat de allereerste Europese wedstrijd van de serie zou worden, telde Zanardi slechts drie top-10 klasseringen, met een vierde plaats als beste resultaat. In de wedstrijd geraakte Zanardi betrokken bij een zwaar ongeval. Toen hij uit de pits kwam, verloor hij de controle over de wagen en werd hij door de aanstomende Alex Tagliani geramd. De gevolgen waren zwaar, Zanardi stond op het randje van de dood, maar werd gered door een snelle medische interventie en evacuatie. Hij verloor echter beide benen. Hij stond voor een lange revalidatie, waarbij hij protheses kreeg. Daar was hij ontevreden over en dus ontwierp hij zijn eigen protheses! Daarbij had hij vooral aandacht voor de manier waarop deze prothese zouden kunnen gebruikt worden… om te racen!
Opnieuw racen
In 2003 verbaasde Zanardi de wereld door voor aanvang van de Duitse CART wedstrijd op de Lausitzring, de resterende 13 rondes die hij in 2001 niet had kunnen afleggen door zijn ongeval, toch te voltooien. Hij maakte daarbij gebruik van een speciaal ontworpen racewagen met door de hand bediende rem en gas. Zijn snelste ronde, zou hem geplaatst hebben op de vijfde startplaats van de eigenlijke wedstrijd! In 2006 zou hij zelfs opnieuw testen met een F1-wagen. Tijdens testsessies in Valencia reed hij een aangepaste Sauber-BMW. Een eenmalige testsessie.
Het echte racen, dat deed de Italiaan met toerwagens. Op Monza reed hij in 2003 een eerste wedstrijd in het Europese toerwagenkampioenschap. In 2004 werd hij opnieuw voltijds racer, met een aangepaste BMW van het team van Roberto Ravaglia. Het ETCC werd dan een wereldkampioenschap, het WTCC. Dat hij het winnen nog niet verleerd had, bewees de Italiaan met vijf zeges over de periode 2005-2009. Daarna kondigde hij zijn pensioen in het toerwagenracen aan. Hij won trouwens wel het Italiaanse “Superturismo” kampioenschap in 2005. Een laatste hoofdstuk in het raceverhaal kwam er na een test in 2012 met een BMW DTM-wagen. Zanardi kreeg de smaak weer te pakken en keerde in 2014 terug het racen in o.a. de Blancpain Sprint Series , DTM en de 24 Hours of Daytona (2019).
Meer wielen…
Naast zijn race-activiteiten geraakte Zanardi ook geïnteresseerd in “handbikes”, het wielrennen met handpedalen. Hij wilde deelnemen voor Italië aan de 2012 Paralympics zomerspelen. Hij won er twee gouden medailles en herhaalde dit in 2016. Leuk detail: zijn “bike” werd gemaakt door de Italiaanse raceconstructeur Dallara. Zanardi wierp zich compleet op het sportieve, met deelnames aan stadsmarathons en de “Iron Man” competities. Daarnaast won hij 12 medailles in het UCI Para-cycling Road wereldkampioenschap. Maar ook dat hield zijn risico’s in. In juni 2020 kende Zanardi een zwaar ongeval nadat zijn handbike weggleed in de “Obiettivo Tricolore” wedstrijd. Hij kwam in een frontale botsing met een vrachtwagen. Met ernstig hoofdletsel werd hij afgevoerd naar een hospitaal in Siena, waar hij in kunstmatige coma werd gebracht. Later werd hij overgebracht naar Padua en pas na 18 maanden, in december 2021, mocht hij naar huis.
Hij diende daar zijn revalidatie verder te zetten. De periode die volgde was er eentje met weinig berichtgeving. Op 1 mei 2026 werd zijn overlijden bekend gemaakt. Zanardi werd 59 jaar oud en laat vrouw en zoon achter.
Een ellenlange sportieve carrière is zijn deel, met titels zowel in fysieke als in gemotoriseerde sporten. Hij was een kampioen. Met of zonder benen, Alex Zanardi bleef de limiet opzoeken, bleef competitief, richtte organisaties op, een eigen kartmerk, schreef boeken en bleef een inspiratie voor velen… Zijn bekendste quote is misschien die waar hij sprak over het verlies van zijn benen. “Toen ik wakker werd in het ziekenhuis en zag dat ik mijn benen kwijt was, richtte ik mijn aandacht op het deel van mijn lichaam dat ik nog wél had…niet op datgene dat ik had verloren“…


