De Patronale Life Classic Spring Roads kenden een perfecte editie 2026!

Als het cijfer dertien soms ongeluk brengt, dan heeft het dit weekend voor Willy Lux en de volledige organisatie van de Patronale Life Classic Spring Roads net bijzonder goed uitgepakt. De dertiende editie van deze ‘lente’ regularity op open roads werd immers een groot succes, met zeges voor Patrick Van Remoortel en Bjorn Clauw (APAL Coupé, ‘Two Days’), Johnny Delhez en Baptiste Gengoux (Ford Escort Mk2, ‘One Day’ Classic Plus), en ook Paul-Albert Herman en Alexandre Peeters (Volkswagen Golf 2, ‘One Day’ Classic).

(persbericht – Foto’s : Arnaud Siquet)

Met Bjorn en Jens Vanoverschelde aan het roer voor het parcours en een zonovergoten weekend van begin tot einde, konden de deelnemers in ‘One Day’ en ‘Two Days’ zich volop uitleven. De wegen in de Eifel vormden daarbij een ideaal speelterrein, dat unaniem werd gesmaakt.

In het ‘One Day’-peloton, dat enkel op zaterdag in actie kwam, was de strijd in Classic Plus – met de specialisten van de regelmatigheid – bijzonder intens, zowel overdag als tijdens de avondetappe. Zoals vaak maakten details het verschil, waardoor Johnny Delhez en Baptiste Gengoux (Ford Escort Mk2) nipt de bovenhand haalden op Bernard Verstraete en de Fransman uit Duinkerke Valentin Charlet (Toyota MR2). Slechts 19,2 punten scheidden beide duo’s bij de aankomst in Malmedy, waar de prijsuitreiking in het MY Hotel in een bijzonder gezellige sfeer plaatsvond. Yves en Benoit Deflandre (Porsche 944 Turbo) kenden het soms moeilijker, maar vervolledigden wel het podium, vóór een andere 944, de S2-versie van Daniel Reuter en Robert Vandevorst.

In Classic stonden Alain Dominiczak en Romain Lahaye (Mazda 323 GRSi) na de eerste van twee etappes nog aan de leiding, maar zij werden uiteindelijk voorbijgestoken door Paul-Albert Herman en Alexandre Peeters (Volkswagen Golf 2), die met een voorsprong van 50,62 punten wonnen. Michel en Julien Spiessen vervolledigden het podium met hun fraaie Triumph TR6, waarbij zij twee kleinere wagens achter zich hielden: de Lancia Fulvia Monte-Carlo van Raymond Venier en Olivier Maréchal, en de Austin Mini Cooper van Baudouin Halleux en Olivier Bonhomme.

Clash der generaties

Bij de deelnemers in ‘Two Days’, die het volledige weekend afwerkten, ging de strijd onafgebroken tussen de APAL Coupé van Patrick Van Remoortel en Bjorn Clauw en de BMW 325i E30 van Vincent Vandeputte en Patrick Lienne. Ondanks een zestigtal ‘nulritten’, wat Patrick Lienne de ‘Trophée Joseph Lambert’ opleverde, moest de Beierse wagen uiteindelijk het onderspit delven tegen de Luikse concurrent, waarvan de leeftijdscoëfficiënt in het voordeel speelde. Van Remoortel en Clauw bezorgden zo een wagen uit de regio de overwinning in de provincie Luik, een mooie erkenning voor het merk van Edmond Pery en Bruno Vidick.

Beste gemengde equipe, beste internationale equipe en beste equipe met klassieke meetapparatuur: de Britten Mark en Sue Godfrey (Ford Escort Mk1) verzamelden opnieuw een reeks onderscheidingen tijdens de Classic Spring Roads 2026 en eindigden bovendien op het eindpodium. Het sympathieke duo bleef de Alfa Romeo Giulia 1.6 Ti van Kris Van den Kieboom en Luc Rom voor, net als de Volkswagen Golf GTi tweede generatie van de Britten Paul Bloxidge en Ian Canavan, en de onvermijdelijke Citroën Dyane van Felix Quirijnen en Pablo Cracco, die opnieuw voor spektakel zorgde.

Ook een knappe top 10-plaats was er voor voormalig Belgisch rallykampioen ‘Didi’, samen met Patrick Lambert in een Ford Escort Mk2, geprepareerd door Jean-Claude Mathoul.

Deze lente-editie van de Patronale Life Classic Spring Roads leverde uiteindelijk niets dan lof op voor Willy Lux, die meer dan ooit in vorm was en zijn deelnemers voortdurend in de watten legde. “Samenwerken met Bjorn en Jens Vanoverschelde is een waar plezier, hun professionalisme is totaal”, aldus de organisator. “De eerste reacties van de teams gingen allemaal in dezelfde richting. Ik besteed graag aandacht aan elk detail, en de deelnemers appreciëren dat. Bedankt aan iedereen, en tot binnen minder dan twaalf maanden voor de 14e editie…”